Waarom wordt piekeren ’s nachts erger?

Veel mensen merken dat gedachten juist ’s avonds of ’s nachts nadrukkelijker aanwezig worden. Overdag lukt het misschien nog om ergens mee door te gaan, terwijl een gesprek, een situatie of een vraag zich zodra het stiller wordt opnieuw aandient.

Binnen het thema Overdenken en een hoofd dat niet stopt komt dit op verschillende manieren terug.

Overdag is er meestal meer om de aandacht heen: werk, gesprekken, beweging, praktische dingen en wat er op dat moment moet gebeuren. Wanneer dat wegvalt, kan beter merkbaar worden wat eerder minder op de voorgrond stond.

U kunt bijvoorbeeld merken dat:

  • gedachten terugkomen
  • gesprekken zich opnieuw afspelen
  • vragen groter lijken dan overdag
  • uw aandacht steeds naar hetzelfde onderwerp terugkeert

Dat hoeft niet te betekenen dat er ’s nachts ineens méér aan de hand is. Er is eenvoudigweg minder om de aandacht heen.

Wanneer het stiller wordt, kan meer voelbaar worden

Overdag wordt uw aandacht door veel verschillende dingen gevraagd. Gesprekken, werk, beweging, praktische bezigheden en wat er om u heen gebeurt geven voortdurend richting aan waar uw aandacht naartoe gaat.

Wanneer dat ’s avonds of ’s nachts vermindert, kan er meer ruimte ontstaan voor wat eerder minder nadrukkelijk aanwezig was. Een gedachte, een gevoel, lichamelijke spanning of iets wat nog niet helemaal afgerond voelt, kan dan duidelijker merkbaar worden.

Dat hoeft niet te betekenen dat stilte zelf het probleem is. Sommige mensen ervaren stilte juist als prettig. Anderen merken dat onrust eerst zichtbaarder wordt wanneer er minder afleiding is.

Het hoofd hoeft die ruimte dus niet per se ‘op te vullen’. Er is vooral minder dat met de aandacht concurreert. Daardoor kan wat al aanwezig was gemakkelijker naar voren komen.

Ook vermoeidheid kan daarin meespelen. Moe zijn en tot rust komen zijn namelijk niet altijd hetzelfde.

Wanneer vermoeidheid en denken samenkomen

Het lijkt tegenstrijdig: u bent moe, maar juist dan kan het moeilijker worden om gedachten los te laten. De dag is voorbij, terwijl uw aandacht nog blijft bewegen.

Vermoeidheid kan maken dat er minder ruimte is om gemakkelijk te schakelen tussen gedachten, gevoelens en wat er om u heen gebeurt. Wat overdag nog naar de achtergrond kon verdwijnen, kan ’s avonds daardoor nadrukkelijker aanwezig zijn.

Dat hoeft niet voor iedereen hetzelfde te werken. Soms speelt spanning mee. Soms is er veel gebeurd op een dag. En soms merkt u vooral dat er, zodra het stiller wordt, meer ruimte komt voor wat eerder nog niet helemaal afgerond voelde.

Moe zijn betekent dus niet automatisch dat het hoofd ook meteen tot rust komt. Soms lijkt het denken nog even door te gaan terwijl het lichaam al behoefte heeft aan herstel.

Daarover leest u verder op de pagina Waarom stopt mijn hoofd niet, ook als ik moe ben?

Vrouw die ’s nachts wakker ligt terwijl haar gedachten doorgaan

Rust en stilte voelen niet voor iedereen hetzelfde

Rust wordt vaak gezien als iets dat vanzelf prettig zou moeten zijn. Toch merkt niet iedereen dat zodra het stiller wordt. Voor sommigen geeft stilte ontspanning, terwijl anderen juist duidelijker merken wat eerder op de achtergrond bleef.

Wanneer er minder afleiding is, kan er meer aandacht komen voor gedachten, lichamelijke spanning, gevoelens of vragen die overdag minder nadrukkelijk aanwezig waren.

Dat hoeft niet te betekenen dat rust of stilte op zichzelf het probleem is. Het kan ook betekenen dat het even wennen is om niets te hoeven doen, sturen of oplossen — zeker wanneer u langere tijd gewend bent geweest alert te blijven, vooruit te denken of veel te dragen.

Soms wordt daardoor eerst meer onrust merkbaar voordat er werkelijk ruimte ontstaat. Ook dat hoeft niet meteen veranderd te worden. Het kan al helpen om te onderzoeken wat er gebeurt wanneer het stiller wordt.

Dat raakt aan wat ik ook beschrijf op de pagina Waarom helpt begrijpen niet tegen overdenken?

Waarom proberen te slapen juist meer spanning kan geven

Veel mensen merken dat slapen op een gegeven moment iets wordt waar ze actief hun best voor gaan doen. Ze proberen zichzelf tot rust te brengen, gedachten los te laten of vooral niet meer te piekeren.

Dat is begrijpelijk. Zeker wanneer u weet dat de volgende dag weer vroeg begint of wanneer u al een paar nachten minder goed heeft geslapen.

Toch kan juist de aandacht voor het móéten slapen extra spanning geven. U gaat merken of het al lukt, hoeveel tijd er nog over is en wat het betekent als u opnieuw wakker ligt. Daarmee krijgt slapen steeds meer gewicht.

Het hoeft dan niet te gaan om te weinig discipline of om gedachten die u beter zou moeten kunnen stoppen. Soms helpt het juist om de opdracht iets kleiner te maken: niet proberen slaap af te dwingen, maar eerst ruimte maken om te liggen, te vertragen en even niets te hoeven oplossen.

Ook gedachten hoeven daarbij niet meteen weg. Ze kunnen aanwezig zijn zonder dat iedere gedachte gevolgd, uitgewerkt of beantwoord hoeft te worden.

Wat kan helpen wanneer de nacht onrustig blijft?

Wanneer u wakker ligt, is de neiging begrijpelijk om iets te willen dóén waardoor het eindelijk rustiger wordt. Toch hoeft de eerste beweging niet altijd richting een oplossing te gaan.

Soms kan het al ruimte geven wanneer de nacht even niet gebruikt hoeft te worden om iets uit te denken, af te ronden of te begrijpen.

Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat:

  • u niet iedere gedachte hoeft te volgen
  • iets niet midden in de nacht opgelost hoeft te worden
  • u mag merken wat er aanwezig is zonder daar meteen iets mee te doen
  • rust niet afhankelijk hoeft te zijn van de vraag of u direct in slaap valt

Daarmee verdwijnen gedachten niet noodzakelijk. Wel kan de verhouding ertoe veranderen: van iets waar onmiddellijk op gereageerd moet worden naar iets dat er even mag zijn.

Voor sommige mensen ontstaat juist vanuit die ruimte geleidelijk meer ontspanning. Niet doordat slaap wordt afgedwongen, maar doordat er minder hoeft te worden gestuurd.

Daarover leest u ook meer op de pagina Wanneer mag denken weer afschalen?

Tot slot

Als piekeren ’s nachts nadrukkelijker wordt, hoeft dat niet te betekenen dat er iets misgaat. Soms wordt in de stilte vooral beter merkbaar wat overdag nog mee kon bewegen met werk, gesprekken, afleiding of wat er allemaal moest gebeuren.

Wanneer dit vaker terugkomt, kijk ik in mijn praktijk daarom niet alleen naar het slapen of naar de gedachten zelf. We onderzoeken ook wat er rondom het denken gebeurt: waar blijft aandacht naartoe gaan, waar blijft spanning aanwezig en wat lijkt nog iets te moeten vasthouden, begrijpen of oplossen?

Tijdens een sessie nemen we eerst de tijd om dat zorgvuldig te verkennen. Trance & Regulatie vormt daarbij de bedding. Afhankelijk van wat er speelt kunnen EMDR, hypnotherapie, NLP en lichaamsgerichte regulatie daarbinnen een passende ingang zijn.

De sessie bestaat daarbij niet alleen uit praten en onderzoeken. Tijdens de afspraak maak ik een persoonlijke opname die voortbouwt op wat in de sessie zichtbaar, voelbaar en relevant is geworden. Die opname is onderdeel van de sessie zelf en wordt daarna tussen de afspraken beluisterd, zodat wat is ingezet ook buiten het gesprek tijd krijgt om verder te landen en zich eigen te maken.

Het doel is daarbij niet om slaap af te dwingen of gedachten weg te krijgen. We kijken eerder wat er nodig is zodat het hoofd ’s nachts minder hoeft te dragen, volgen of oplossen.

U hoeft vooraf niet te weten welke vorm van begeleiding daarbij past. In een korte telefonische kennismaking kunnen we rustig afstemmen wat er speelt en welke eerste stap logisch kan zijn.

Bekijk ook alle artikelen binnen het thema: Overdenken en een hoofd dat niet stopt.

Of lees verder:

Scroll naar boven